Statistieken

Artikelen bekeken hits
989408

Home

Terugkeer van de zomergasten (2017-6)


Grasmussen brengen het winterseizoen door in de westelijke Sahel, de eerste exemplaren keren meestal rond 20 april in onze regio terug. 

Nadat de populatie in de vorige eeuw sterk afnam, is de grasmus nog steeds met een flinke inhaalslag bezig. De soort heeft voorkeur voor de duinstreek, daarbuiten broedt de grasmus met name in jonge aanplant (pionierssoort), ruigte terreinen of kleinschalig cultuurland, als er maar struweel is. Buiten de duinen is het ieder jaar weer een verrassing waar een broedpaar zich vestigt 

De grasmus heeft warmere kleuren dan de braamsluiper, daarnaast heeft de grasmus een witte oogring en bij de mannetjes contrasteert de witte keel op de roze tint op de borst. Het mannetje voert regelmatig een zangvlucht uit. De krassende zang kenmerkt zich door een zagend geluidje dat er tussendoor te horen is.

Grasmussen brengen het winterseizoen door in de westelijke Sahel, de eerste exemplaren keren meestal rond 20 april in onze regio terug. 

Nadat de populatie in de vorige eeuw sterk afnam, is de grasmus nog steeds met een flinke inhaalslag bezig. De soort heeft voorkeur voor de duinstreek, daarbuiten broedt de grasmus met name in jonge aanplant (pionierssoort), ruigte terreinen of kleinschalig cultuurland, als er maar struweel is. Buiten de duinen is het ieder jaar weer een verrassing waar een broedpaar zich vestigt 

De grasmus heeft warmere kleuren dan de braamsluiper, daarnaast heeft de grasmus een witte oogring en bij de mannetjes contrasteert de witte keel op de roze tint op de borst. Het mannetje voert regelmatig een zangvlucht uit. De krassende zang kenmerkt zich door een zagend geluidje dat er tussendoor te horen is.tuinfluiter, foto Adri de Groot

Tuinfluiter

De tuinfluiter brengt de winter ten zuiden van de Sahara door en evenals bij de grasmus arriveren de eerste mannetjes rond 20 april in onze omgeving. 

Deze onopvallende algemene zangvogel houdt zich schuil in het dichte struweel, waardoor  hij meestal op zang gesignaleerd wordt. De soort heeft voorkeur voor struwelen en jonge bossen (pionierssoort). De aanleg van bosjes en struwelen in het agrarische landschap heeft, zoals bij veel zangers, tot een toename geleid.

 
tuinfluiter, foto Adri de Groot

Deze bruin grijze vogel zingt als een gehaaste merel. De zang lijkt op dat van de zwartkop, maar dan gelijkmatiger.

Kleine karekiet

Zoals de meeste soorten die wat later in het voorjaar aankomen brengt de kleine karekiet de winterperiode in Tropisch Afrika door. De soort arriveert vrijwel altijd in derde decade van april, maar zie, er zijn er al een paar gehoord.

Daar waar de rietzanger voorkeur voor overjarig riet heeft, kan de kleine karekiet vooral in jong aangetroffen worden. In elk rietveldje (hoe klein ook) zijn kleine karekieten klimmend langs de rietstengels te zien. De soort doet het gewoonweg goed, tussen 1998 en 2000 werd de populatie tussen de 150.000 en 200.000 geschat. Ook daarna ging het de kleine karekiet voor de wind.

kleine karekiet, foto Adri de Groot

De zang is ritmisch, waarbij het mannetje een terugkerend ‘karre karre kiet kiet’ zijn naam lijkt te zingen. De kleed van warmbruine bovendelen en lichtere onderdelen is heel eenvoudig. Het platte voorhoofd en daardoor langgerekte kop, lichte oogring en korte wenkbrauwstreep zijn leuke puntjes voor ontdekking.

Koekoek

De rond 22 april terugkerende koekoek broedt in Noord Holland met name in het duinstreek, daarnaast komt de soort ook verspreid in rietvelden en moerasbosjes voor. In West-Europa is de koekoekpopulatie in de laatste tientallen jaren gehalveerd. Waardoor dit komt is niet duidelijk, daarom is koekoek uitgeroepen tot de vogel van het jaar. Door deze aandacht hoopt men er achter te komen wat de oorzaak is van deze achteruitgang. Dus als u een koekoek hoort of ziet graag even doorgeven aan waarneming.nl.

Behalve door de kenmerkende zang geniet de koekoek bekendheid door het broedparasiterende gedrag, waarbij het broeden en grootbrengen van de jongen aan andere vogels (waardvogels, veelal zangers) wordt overgelaten.

De koekoek keert al snel terug naar  de overwinteringgebieden in Tropisch Afrika. In augustus waargenomen koekoeken betreffen veelal jongen.

koekoek, foto Otte Zijlstra

De bovenzijde van het mannetje is leigrijs, terwijl het vrouwtje een grijze of bruine mantel heeft. De lange staart, spitse vleugels en streepte borst en buik completeren het beeld van de koekoek.

Gierzwaluw

Enkele tientallen jaren geleden arriveerde de gierzwaluw tegen eind april, tegenwoordig liggen de aankomstdata rond 20 april.

Deze oorspronkelijk rotsbroeder vond in het stedelijk gebied het alternatief om de jongen groot te brengen en dit het liefst in kolonies. Wie kent het geluid niet van, vooral in de avonduren, kierende gierzwaluwen boven de huizen? Renovaties, nieuwbouw en een betere isolatie, waardoor holtes niet meer bereikbaar zijn of geheel ontbreken, deed de populatie krimpen. Als tegenwicht werden speciaal voor de gierzwaluw nestkasten, gevelstenen en speciale dakpannen ontworpen, die een wisselend succes te zien geven.

Na het grootbrengen van de jongen is de gierzwaluw alweer op weg naar de winterkwartieren ten zuiden van de evenaar. Vanaf eind juli wordt het al stil en na 10 augustus is het echt zoeken naar een gierzwaluw.

gierzwaluw, foto Adri de Groot

Deze bruinzwarte luchtacrobaat  onderscheidt zich door zijn sikkelvormige vleugels en korte gevorkte staart.

Boomvalk

Aangenomen wordt dat boomvalk in de zuidelijke landen van Afrika overwintert. De aankomstdatum kan jaarlijks flink verschillen, maar veelal bereikt de boomvalk in de tweede helft van april de Noordkop.

De boomvalk heeft houtopslag nodig om te broeden en het open landschap om te jagen. De soort is gespecialiseerd in het vangen van insecten en kleine vogels. De afname in de vorige eeuw was ook in onze regio goed merkbaar. In de jaren tachtig konden jaarlijks een aantal broedgevallen genoteerd worden, nu betreft het nog maar een enkel paar. De Nederlandse populatie slonk van 1700 – 2000 paar in de tachtiger jaren naar een 750  - 1000 paar in 2000. En ook daarna slonk en slinkt nog steeds de populatie, dus ja, weer spreken we hier over een Rode Lijstsoort.


boomvalk, foto Adri de Groot

Zoals bij alle valken heeft de boomvalk spitse vleugels. De mantel is leikleurig, daarnaast zijn de roestbruine broek (alleen bij volwassen vogels) en donkere baardstreep goede kenmerken.