Statistieken

Artikelen bekeken hits
989415

Home

Terugkeer van de zomergasten (2017-1)

Ook dit jaar zullen we de op de site de terugkeer van de zomergasten binnen het Tringagebied behandelen. Wat inhoudt dat deze rubriek dit voorjaar regelmatig zal verschijnen met wat informatie over de op dat moment te verwachte vogelsoorten. In de terugkeer is namelijk een patroon terug te vinden, niet alle vogelsoorten komen tegelijk in het voorjaar aan. Voor de soort moet er bij aankomst wel iets te eten (denk aan insecteneters) of broedplek (denk aan rietvogels) zijn. Zo keren bijvoorbeeld de grutto’s meestal rond eind februari terug, gierzwaluwen in april, en spotvogels pas in mei.

Gewoonlijk arriveren vanaf eind februari de eerste zomergasten, maar door het zachte winterweer zijn er al wat verschuivingen te zien. Eerst gaan we een paar soorten behandelen waarvan de eerste exemplaren al zijn gesignaleerd.

lepelaar, foto Leo Hofland

Lepelaar

In de vorige eeuw was het altijd spannend of eerst de grutto of de lepelaar in onze regio gesignaleerd werd. De laatste jaren lieten de grutto’s wat langer op zich wachten, zodat de lepelaar het seizoen van de terugkeerders inluidde. Dit jaar werd van beide soorten een exemplaar in de westelijk polders van het Tringagebied gezien en wel op 21 februari. Het is nu wachten op de grote meute en verdere verspreiding over het Tringagebied. 

Lepelaars overwinteren voornamelijk in West-Afrika, een klein deel in Zuidwest Europa. Elk jaar brengen wel enkele lepelaars, vooral onvolwassen exemplaren, de winter in met name het westelijke deel van ons land door. Binnen Tringagebied is (na de laatste vertrekkers in oktober) in januari een enkel exemplaar in Polder E (ten noorden van Schagen) aangetroffen. Daarna tot 21 februari niets meer, dus de enkele exemplaren die vanaf deze datum gezien zijn mogen waarschijnlijk wel onder de noemer van de eerste teruggekeerde vogels laten vallen.

 Lepelaars broeden op slechts enkele plaatsen in Europa, met Denemarken als noordgrens. In Nederland bestond de broedpopulatie in de vorige eeuw voor lange tijd uit niet meer dan 500 paren, dieptepunt was 1969 met 150 paar. Daarna herstelde de soort zich gelukkig en wel zo goed dat de afgelopen jaren meer dan 2000 broedparen geteld konden worden. Belangrijke broedplaatsen zijn de Oostvaardersplassen, Lepelaarsplassen, Zeeland en de Waddeneilanden.

Ook in Noord Holland broedt de lepelaar, dit binnen beschermde gebieden. Zowel langs de kust als meer landinwaarts kun je ze foeragerend in slootjes aantreffen.

De lepelaar is vooral te herkennen aan de spatelvormige snavel. In vlucht verschilt de lepelaar van de “witte” reigers door de gestrekte nek in vlucht. In groepen vliegen ze in lijnformatie.

 

grutto, foto Do van Dijck

Grutto

De belangrijkste overwinteringgebieden van de West-Europese grutto’s bevinden zich van Senegal tot in Guinee. Daarnaast wordt er in toenemende mate in Zuid-Europa de winter doorgebracht. Een zeer klein deel van de populatie overwintert in Nederland, dit met name in Zeeland. 

Gewoonlijk worden grutto’s al eerder in zuidelijke gebieden van Nederland gesignaleerd echter binnen het Tringagebied ligt de aankomst rond eind februari/begin maart. De eerste vogels worden meestal gemeld vanuit De Putten bij de Hondsbossche Zeewering. Daar blijven ze een tijdje rondhangen, vaak met vele tientallen, om tegen het broedseizoen naar de weidegronden te trekken. 

In zomerkleed heeft de grutto een roestbruine kop, hals en borst. De flanken en de buik zijn gevlekt. De vrouwtjes zijn wat valer van kleur dan de mannen. In vlucht valt de witte vleugelstreep, witte stuit en zwarte staartband op. De vrijwel rechte snavel is geelachtig of oranjeroze van kleur met een zwarte punt.

 Ondanks vele inspanningen gaat de gruttostand achteruit in ons land. Daar Nederland een sleutelpositie inneemt (maar liefst 50 procent van de Europese populatie broedt in ons landje) zijn er dus grote zorgen over het voorbestaan van de grutto.

 scholekster, foto Leo Hofland

 Scholekster

Naast deze twee soorten is het leuk op zoek te gaan naar scholeksters in het binnenland. Het gehele jaar is deze soort in de kuststreek te vinden. Nu keren ze in opmaak voor het broedseizoen terug naar het binnenland. Inmiddels zijn de eerste al gemeld. Kijk er maar eens naar uit in onze polders. 

De komende tijd kunnen we ook uitkijken naar twee kleinere vogelsoorten en wel de tjiftjaf en de witte kwikstaart. Waarschijnlijk doordat van beide soorten de overwinteringgebieden zich rond het Middellandse Zeegebied bevinden, zijn winterwaarnemingen van deze soorten niet ongewoon. In maart stromen de eerste broedvogels binnen.


tjiftjaf, foto Do van Dijck

Tjiftjaf

Omdat het in de laatste maanden van 2016 maar niet koud wilde worden, zijn er tot begin 2017 aardig wat tjiftjaffen aangetroffen. Vanaf januari lijken ze toch naar warmere oorden te zijn getrokken. Gewoonlijk worden de eerste zingende exemplaren van dit zeer talrijke kleine bruingroene vogeltje rond 10 maart gehoord. Je kunt ze aantreffen in allerlei typen loofbos en gemengd bos met een rijke onderbegroeiing, dus ook dicht bij huis zoals in parken of groenstroken. Het goed hoorbare en monotone tweetonige geluid zip zap is onmiskenbaar. 

witte kwikstaart, foto Leo Hofland

Witte kwikstaart

Binnen Tringagebied is slechts een enkele overwinterende witte kwikstaart gesignaleerd, dus het is in de eerste helft van maart echt uitkijken naar de eerste binnenkomers. 

Het grijs/zwart/witte uiterlijk van de witte kwik is opvallend, daarnaast wipt de soort constant de lange staart en is de golvende vlucht een goed herkenningspunt.

De witte kwikstaart is een talrijke broedvogel van het open landschap, dit in het breedste zin van het woord. We kunnen ze aantreffen in weilanden, akkers, rond boerderijen, maar ook in buitenwijken en industriegebieden.

Na het arriveren van de eerste kwikken blijft het de moeite om de soort goed te blijven bekijken, want er kan zich wel eens een zeldzamere rouwkwikstaart onder bevinden. De witte kwikstaart heeft een grijze mantel, terwijl de rouwkwikstaart zwarte bovendelen en zwarte of donkergrijze flanken heeft.