Statistieken

Artikelen bekeken hits
989421

Home

Bijzondere waarnemingen NUHN Nummer 52, februari 2017

 Alhoewel een echt strenge winter vooralsnog uitblijft hebben we tot nog toe toch een paar perioden met wat kouder weer gehad. Wie er naar uitkeek om weer eens op natuurijs te schaatsen moest dat goed timen, maar kon toch een dag of wat aan zijn of haar trekken komen. In de natuur leverden de winterse omstandigheden in ieder geval mooie winterse plaatjes op. Grote effecten op bijvoorbeeld trekvogels lijkt de vorst echter niet gehad te hebben, vorstgevoelige soorten als kievit, watersnip en goudplevier zijn nauwelijks weg geweest of waren zodra de dooi inzette alweer terug. De ooievaar die deze winter geregeld werd waargenomen in en rond het Kruiszwin bij Anna Paulowna was in ieder geval geen extreem vroeg terugkerende zomergast.

Het betreft hier een ongeringde, vrij rond vliegende vogel uit het nabijgelegen dierenpark Hoenderdaell. De afgelopen jaren werden geregeld ooievaars gemeld uit deze omgeving (zie onder andere waarneming.nl) , waarbij de waarnemers zich niet altijd lijken te hebben gerealiseerd dat een aantal van deze dierentuinvogels zonder problemen het park in en uit kunnen vliegen.

 Een andere, voor de tijd van het jaar ongebruikelijke waarneming was die van een kwartel op 28 januari door collega Chris van der Vliet. Kwartels zijn in Nederland zomergasten die hier vooral van april tot en met oktober worden waargenomen. Waarnemingen buiten deze periode zijn zeldzaam, alhoewel niet uitzonderlijk. De laatste jaren lijkt dit ook iets vaker voor te komen. Op 22 november en 20 december 2009 zag ondergetekende bijvoorbeeld een winterse kwartel in Mariëndal. De door Chris waargenomen kwartel zat ’s ochtends vroeg op strandslag Drooge Weerth te pikken in een hoopje paardenvijgen en vloog bij benadering op, de duinen in. Bij dergelijk onopvallend levende vogels rijst de vraag of de bewuste kwartel hier al de gehele winter heeft gezeten of na ingevallen kou vanuit meer oostelijk of noordelijker gelegen regionen hier terecht is gekomen. Tijdens de vorstperiodes van de afgelopen maanden kwamen als vanouds soorten als roerdomp, waterral en ijsvogel weer meer en vooral ook beter in beeld. Zelfs vanuit ons beheerkantoor op de Helderse Vallei werden bovengenoemde soorten gezien, waarbij met name de waterrallen prominent aanwezig waren. Op een gegeven moment waren zelfs twee vogels tegelijkertijd in beeld die op het ijs scharrelend hun kostje bij elkaar probeerden te zoeken.

Opvallend op Balgzand waren de enorme hoeveelheden zeesla die aanwezig waren in de luwere delen van het gebied. Dit trok midden november grote aantallen smienten (ruim 16.000) en rotganzen (3770) aan die zich het “flap” goed lieten smaken. Indirect profiteerden ook andere vogels van deze voedselbron. Tussen de dikke pakketten rottende zeesla moeten ook veel ongewervelde diertjes aanwezig zijn geweest. Er scharrelden namelijk ook overal veel kleine steltlopers rond op de zeesla. Met name de aantallen steenlopers waren opvallend hoog. Zitten er normaal gesproken ’s winters slechts enkele tientallen van deze steltlopertjes op het Balgzand, tijdens de november-telling werden er minimaal 253 geteld!

 

Een andere opvallend algemene overwinteraar op het Balgzand was deze winter de IJslandse grutto.

IJslande Grutto, de foto is in december 2016 door Gerrit Welgraven gemaakt.

Deze ondersoort van de hier broedende grutto broedt op IJsland en enkele andere eilandengroepen in het Noord-Atlantische gebied en overwintert langs de kusten van Zuidwest-Europa. Nederland ligt daarbij aan de noordgrens vanwaar deze soort overwintert. Met name in de Delta worden wat grotere groepen waargenomen, maar in de Waddenzee is het een schaarse wintergast. De laatste jaren zit de populatie van de IJslandse grutto, in tegenstelling tot de in Nederland broedende ondersoort, behoorlijk in de lift. Op IJsland worden her en der veengebiedjes ontgonnen ten behoeve van de veeteelt


IJslandse grutto’s, deze foto is gemaakt op 3.1.2017 door Gerrit Welgraven

De hier broedende goudplevieren en watersnippen worden daardoor verdrongen, maar de weilanden die hier worden ontwikkeld zijn wel aantrekkelijk broedgebied voor grutto’s. Een zelfde ontwikkeling hebben we in de vorige eeuw gezien in Nederland, waar grutto’s tot in bepaalde mate profiteerden van waterpeilverlagingen en bemesting van voorheen schrale graslanden. In ons land is deze “graslandverbetering” inmiddels zo ver doorgeslagen dat geen enkele broedende steltloper de geïntensiveerde landbouw nog bij kan benen. Voor de IJslandse grutto’s is nu de vraag hoe het daar zal gaan. Wat vooralsnog in het hoge noorden gunstig uitpakt is de late start van het groeiseizoen, het kleinschaliger karakter van de ontginningen en de vele overhoekjes (door onder andere rotspartijen en te natte plekken waaromheen geboerd moet worden) die her en der in de graslanden liggen.

 
IJslandse grutto’s Fotograaf: Willem Adema

Dat deze populatietoename in IJsland meespeelt in het talrijker voorkomen in Nederland is wel zeker. Mogelijk speelt recent ook het ontbreken van streng winterweer een rol, waardoor IJslanders gemiddeld wat noordelijker kunnen overwinteren dan vroeger. Hoe dan ook, het voorkomen op Balgzand deze winter was verrassend. In december 2016 en januari 2017 zaten er maximaal 82 vogels op het Kooyhoekschor en omgeving. Een deel van deze vogels was tijdens hoogwater ook regelmatig aanwezig in de aangrenzende Balgzandpolder. Tot deze winter werd hooguit een tiental vogels gemeld in het winterhalfjaar. De komende winters zal blijken of dit een gebruikelijk beeld zal worden of dat de winter van 2016-2017 een eenmalige uitzondering was. De schorren van het Balgzand boden deze winter wederom geschikte omstandigheden voor wintergasten als velduil (3), frater (maximaal 77) en bewuste kwartel hier al de gehele winter heeft gezeten of na ingevallen kou vanuit meer oostelijk of noordelijker gelegen regionen hier terecht is gekomen.